​Universiteitshal / Lakenhal / Universiteitsbibliotheek Leuven vóór 1914

€210.00
In stock: 1 available
Product Details

Universiteitshal / Lakenhal / Universiteitsbibliotheek Leuven vóór 1914

Kunstenaar: C. Parlevliet?.

Techniek: potlood op papier, onder aangevuld in inkt.

Opschrift: LEUVEN HALLEN (UNIVERSITEIT).

Conditie: goed.

Signatuur: getekend, onleesbaar (C. Parlevliet ?), rechtsonder.

Gewicht: 3726 gr.

Afmetingen: ca. 36 x 55 cm; 56 x 73,5 cm (met kader).

Verkoop met kader achter glas.

Prijs: 210€

De tekening toont het interieur van de 14 de eeuwse Lakenhal met de bogenrij aan de zijde van de Naamsestraat met op de achtergrond de monumentale Baroktrappen die na de verwoesting van 1914 werden verwijderd.

“In de nacht van 25 op 26 augustus 1914 staken Duitse soldaten de universiteitshal en de Regavleugel in brand, waarbij naar schatting 230.000 boeken, 950 handschriften en 800 wiegendrukken werden vernietigd. Van de universiteitshal en de Regavleugel restten enkel de gevels. In de universiteitshal bleef slechts een deel van de arcades op de begane grond en de eerste verdieping bewaard. In de Regavleugel stonden enkel de gewelven van de bier- en de wijnkelder, en de treden van de staatsietrap nog overeind. Na de brand werden onder leiding van de architecten Eugène Frische en V. Vingeroedt de meest dringende conservatiewerken uitgevoerd. Tijdens de oorlogsjaren leidde professor kanunnik Lemaire een bouwhistorisch onderzoek van de site die door de oorlogsverwoesting ontdaan was van de omliggende bebouwing. Van de universiteitshal kwamen toen onder meer de poort aan de Krakenstraat, resten van de puien en luifels in de voorgevel en vensteropeningen in de voor- en achtergevel aan het licht.

Na de Eerste Wereldoorlog stelde zich de vraag naar de eventuele wederopbouw en toekomstige bestemming van het complex. Al in 1914 had Lemaire het plan opgevat voor een wederopbouw met een uitbreiding van de bibliotheek aan de Oude Markt. Uiteindelijk werd beslist een volledig nieuwe bibliotheek te bouwen op een platgebrand huizenblok aan het huidige Monseigneur Ladeuzeplein. Niet in het minst omwille van de sterke symboolwaarde die de afgebrande bibliotheek gedurende de Eerste Wereldoorlog had verworven, werd besloten tot een wederopbouw van zowel de universiteitshal als de Regavleugel. In 1921 garandeerde de stad Leuven in te staan voor de wederopbouw van het complex, dat vervolgens gedurende 99 jaar in erfpacht aan de universiteit zou worden gegeven.

Het plan voor een heropbouw van de hal naar haar 14de-eeuwse situatie werd al gauw verlaten. Voornamelijk op aangeven van kanunnik Lemaire werd geopteerd voor een reconstructie naar de toestand voor de brand, waarbij enkel bouwhistorische bevindingen tot nieuwe invoegingen konden leiden. Het verdwijnen van de bibliotheekfunctie verplichtte evenwel tot de introductie van nieuwe functies. In 1918 begon architect Théodore Van Dormael de studie van een nieuw ontwerp binnen de omtrek van de oude gebouwen. Architect Octave Van Rysselberghe was eerst in 1920 aangeduid geworden voor de restauratie en de reconstructie van het complex, maar het was zijn medewerker Maurice Antoine Van Ysendyck die op 1 juni 1921 de later goedgekeurde voorstudie indiende.

Besloten werd de universiteitshal als museum in te richten. Op de begane grond zouden afgietsels van kunstwerken uit de klassieke oudheid worden opgesteld, op de eerste verdieping van werken uit de christelijke oudheid. De kelder en de begane grond van de Regavleugel zouden als administratieve ruimtes worden ingericht, de eerste verdieping als promotiezaal. De twee zalen op de begane grond van de universiteitshal kregen een open structuur die vermoedelijk meer aansloot bij hun oorspronkelijke aanleg. Dit leidde echter wel tot de ontmanteling van de resten van de barokke staatsietrap en later ingebrachte scheidingswanden. Op basis van bouwsporen in de achtergevel werden de vensteropeningen in de gevels omgevormd tot deuropeningen. Tevens werd de gedichte poort in de Krakenstraat opnieuw geopend. De verdieping van de universiteitshal werd bediend door een neobarok trappenhuis in de eerste vijf traveeën van de Regavleugel. Verdwenen houten structuren zoals dakspanten werden vervangen door constructies in gewapend beton, uitgevoerd door het Franse ingenieursbureau Hennebique. De betonconstructies werden verborgen achter gewelven in Boomse baksteen en parementen in Gobertange kalkzandsteen.” ( https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobje... geraadpleegd 5 maart 2023)

Een schilderij van Louis Neve in Museum M, Leuven, toont de situatie in 1915 na de verwoesting door de Duitsers.

Save this product for later
Share this product with your friends
​Universiteitshal / Lakenhal / Universiteitsbibliotheek Leuven vóór 1914
0
Share by: