Porseleinen bord Garde Civique Louvain.
Periode: 1885-1918 (1885-1914).
Op voorzijde in blauw: op rand wapenschild Leuven (Louvain) en Garde Civique; centraal ST of TS.
Onduidelijk blauw merkteken op onderzijde; blindstempel gebogen arm met zwaard en 1458.
Conditie: intact – puntgaaf.
Gewicht: 351 gr.
Afmetingen Diameter22,7 cm.
Prijs: 60€
Het arm- en zwaardmerk werd tussen 1885 en 1918 gebruikt door Springer & Co. uit Elbogen, Bohemen (nu Loket, Tsjechië), een van de pottenbakkerijen die in 1918 werden samengevoegd bij OEPIAG (Österreichische Porzellan Industrie AG), en twee jaar later, in 1920, onder de naam van EPIAG (Erste Böhemische Porzellan Industrie AG). De pottenbakkerij werd in 1815 opgericht door Rudolf Eugen Haidinger en Eugen Haidinger en opereerde onder verschillende namen en eigenaars. In 1945 werd de pottenbakkerij genationaliseerd en werd het een onderdeel van Starorolsky Porselein.
Aangezien de burgerwacht in Leuven in 1914 feitelijk ophield te bestaan, is het aannemelijk dat dit bord dateert uit de periode 1885-1914.
" Organisatie
De Burgerwacht wordt georganiseerd op gemeentelijk niveau, oorspronkelijk in alle gemeenten met meer dan 30.000 inwoners. Zij bestaat uit burgers tussen 21 en 50 jaar, hoofdzakelijk jonge alleenstaanden en weduwen zonder kinderen, die niet in het leger zitten. Vrijstelling van dienst kan worden verkregen wegens ziekten, misvormingen, verminkingen en andere behoeften in verband met het onderhoud van het gezin.
Haar opdracht bestaat erin de wetten te doen naleven, de openbare orde en de vrede te bewaren of te herstellen, de onafhankelijkheid van België en de integriteit van zijn grondgebied te verzekeren.
De burgerwacht bestaat uit compagnieën onder bevel van een kapitein en is belast met drie taken. De eerste taak speelt een rol op nationaal niveau; hij is in hoofdzaak bedoeld om de onschendbaarheid van het grondgebied te waarborgen. De tweede opdracht steunt het nationale leger "zonder evenwel de provincie te verlaten". De derde opdracht is plaatsgebonden. De gewone dienst bestaat uit het houden van wacht, het uitvoeren van patrouilles voor de veiligheid van personen, het behoud van goederen en de handhaving van de openbare orde.
Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de burgerwacht in het hele land opgeroepen. Hij was belast met het assisteren van de gendarmerie en de politie bij het handhaven van de orde. In Leuven boden de burgerwachten urenlang weerstand tegen de Duitse troepen. Dit onverwachte verzet van een paramilitaire troep maakte het Duitse oppercommando woedend, dat dreigde de burgerwachten te laten doodschieten, omdat het hen beschouwde als sluipschutters die niet onder de Conventie van Genève inzake het oorlogsrecht vielen. Deze beschuldiging was reeds geuit tegen verschillende elementen van de burgerbevolking en leidde tot represailles van het Duitse leger. Naast deze dreiging waren er gewelddaden en vernielingen die de burgerbevolking en eigendommen troffen, zoals het in brand steken van de universiteitsbibliotheek en huizen in Leuven en, onder andere, de slachtpartijen in Aarlen, Ethe-Latour, Tamines, Aarschot, Beerse, Roeselare, Spontin, Anloy, Neufchâteau, Dinant, Handzame .... Hoewel de burgerwacht een wettelijk opgerichte en gewapende militie was, besloot de Belgische regering de leden van de burgerwacht die jonger waren dan 40 jaar en zich vrijwillig bij het leger aanboden, in de geregelde regimenten op te nemen, terwijl de anderen naar huis werden gestuurd.
Ontmanteling van de burgerwacht
Op 17 juni 1920 plaatste een Koninklijk Besluit alle (nog steeds wettelijk bestaande) eenheden in het koninkrijk in de positie van "niet-actieve wachters". Op 24 juli 1920 werden de officieren uit hun rangen en functies ontheven. Dit was het einde van de Belgische Burgerwacht.
Vertaald en aangepast naar: ( http://dictionnaire.sensagent.leparisien.fr/Garde%20civique/fr-fr/ ; geraadpleegd 5 februari 2022).